Dagboek uit Colombia

GESCHREVEN VOOR DE AMNESTY INTERNATIONAL NEDERLAND WEBSITE, OKTOBER 2006 –

Peace Brigades International is een organisatie die mensenrechtenactivisten op hun verzoek beschermt door ze door internationale vrijwilligers te laten begeleiden. De Nederlandse Katja Noordam werkt in Colombia voor PBI en beschrijft deze week haar ervaringen.

DINSDAG 10 OKTOBER – Sinds twee jaar werk ik voor de internationale mensenrechtenorganisatie Peace Brigades International (PBI) in Colombia. PBI zorgt ervoor dat mensenrechtenactivisten die vanwege hun werk worden bedreigd veilig hun werk kunnen blijven uitvoeren. Dat doen we via begeleiding – wij gaan waar zij gaan, om te laten zien dat wij als internationale waarnemers hun situatie op de voet volgen en aan de bel trekken in geval van nood – en via politiek lobbywerk in Colombia en daarbuiten.

Op dit moment zijn mijn Amerikaanse collega Liza en ik in Baranquilla, aan de dampend hete Carabische kust. Geboorteplaats van wereldpopster Shakira. Binnenkort geeft ze hier een concert en opent dan en passant een schooltje in een arme wijk van de stad. ‘Leuk, maar pure liefdadigheid,’ bromt één van de studentenactivisten die we hier spreken. ‘Wat we hier écht nodig hebben zijn sociaal-economische en politieke hervormingen.’

Colombia staat nummer vier op de wereldlijst van landen met de meest ongelijke inkomensverdeling. De werkloosheid en armoede in dit land boordevol natuurlijke rijkdommen zijn enorm en de meer dan drie miljoen interne vluchtelingen die door de gewapende groepen van hun land zijn verdreven, leven in grote misère. Natuurlijk zijn de internationale drugs- en wapenhandel een belangrijke motor achter Colombia’s al meer dan veertig jaar durende interne oorlog. Maar zonder dat de wortels van de ongelijkheid worden uitgeroeid, blijft de voedingsbodem voor het conflict bestaan.

Liza en ik begeleiden Franklin Castañeda, een 24-jarige mensenrechtenactivist en studentenleider die vanwege doodsbedreigingen naar Bogotá is gevlucht. Het is de eerste keer dat hij teruggaat. De stad die hij ons laat zien is niet het Baranquilla van megaster Shakira, de well to do bovenlaag in de riante buitenwijken. Dit is het ándere Baranquilla, waar paramilitairen in de afgelopen vier jaar honderden mensen hebben vermoord, al dan niet onder goedkeurend oog of zelfs met medewerking van de autoriteiten. Toevallig heeft het de afgelopen dagen breeduit in dagblad El Tiempo gestaan. Veel van de slachtoffers waren drugsverslaafden, prostituees en homoseksuelen: ‘sociale schoonmaak’ (limpieza social) heet dat hier – een griezelig eufemisme voor brute moord. Maar veruit de meeste slachtoffers waren mensenrechtenactivisten, vakbondsleiders en links georiënteerde studenten en docenten. Met een paar goedgemikte kogels vegen gemaskerde huurmoordenaars al dit zogenaamde vuil van de samenleving effectief van de straat.

Als mensenrechtenactivist én studentenleider is Franklin dus dubbel gebrandmerkt. Hij is blij om terug te zijn, maar bloednerveus. Het zal een spannend bezoek worden.

Studeren is een gevaarlijke bezigheid in Baranquilla. Tenminste, voor politiek actieve studenten aan de Universidad del Atlantico, de belangrijkste universiteit aan de Caribische kust. ‘In de afgelopen paar jaar zijn 23 studentenactivisten vermoord,’ vertelt Franklin terwijl hij ons de universiteitscampus op de glooiende heuvels buiten de stad laat zien. ‘Veel van hen waren mijn vrienden.’ Een gigantische afbeelding van Che Guevara in de kantine herinnert aan de progressieve strijdlust waar de universiteit bekend om stond. Dat protest is inmiddels behoorlijk verstomd.

Franklin is ook coördinator van de plaatselijke afdeling van CSPP (‘Comité de Solidaridad con Presos Politicos’). Het Comité biedt steun aan politieke gevangenen via sociaal-juridische bijstand, mensenrechtencursussen en lobby bij de gevangenisautoriteiten voor verbetering van hun leefomstandigheden. Het werk van CSPP valt niet in de smaak bij de vele aartsvijanden van alles wat naar ‘links’ ruikt. Tijdens zijn bezoek aan Baranquilla probeert Franklin de noodlijdende afdeling Atlantico nieuw leven in te blazen. Ook andere leden zijn namelijk vanwege doodsbedreigingen gevlucht. Gelukkig hebben verschillende van zijn medestudenten zin om als vrijwilliger actief te worden. Wat een doorzettingsvermogen!

Liza en ik bezoeken overheidsvertegenwoordigers in Baranquilla om namens PBI onze zorg uit te drukken over de situatie van CSPP. De Ombudsman die als bemiddelaar tussen burgers en overheid de mensenrechten monitort, is blij met ons bezoek. Hij heeft een rapport uitgebracht waarin staat dat zo’n zeshonderd activisten het afgelopen jaar zijn bedreigd en in groot gevaar verkeren. Paramilitaire groepen die in 55 wijken ondergronds actief zijn zouden achter de bedreigingen zitten. En dat terwijl paramilitair leider ‘Jorge 40’, die met zijn door cocaïnehandel gefinancierde legers de kustprovincies domineerde, eerder dit jaar met veel officieel tromgeroffel is gedemobiliseerd.

De Ombudsman heeft zelf net een aanslag overleefd. ‘Ik hoop dat PBI nationaal aandacht kan vragen voor de situatie in Barranquilla,’ zegt hij. De politie- en legerchefs die we spreken zijn minder content. Pure overdrijving noemen zij het rapport van de Ombudsman. Waar zijn de bewijzen? Ze geven toe dat de misdaadcijfers in Baranquilla hoog zijn. Maar het gaat volgens hen om criminele afrekeningen, drankmisbruik, of persoonlijke vetes. Van politiek gemotiveerde bedreigingen of een verband met paramilitairen is geen sprake.

Wij van PBI hebben niet het mandaat om te verifiëren welke versie klopt. Wél dringen we er bij de overheid op aan dat zij de ware toedracht onderzoekt. En dat zij haar burgers alle mogelijke bescherming biedt, zoals ze verplicht is. Wat Franklin betreft hopen we dat ons lobbywerk bijdraagt aan zijn snelle terugkeer naar Baranquilla. Niet voor een bliksembezoek, zoals nu, maar definitief!

WOENSDAG 11 OKTOBER – We zijn weer terug in Bogota. Vandaag is een rustige dag. We schrijven het verslag van onze reis naar Baranquilla, die gelukkig zonder problemen is verlopen, en werken aan een risico-analyse voor alweer een volgende trip. Bestemming is de zuidelijke provincie Cauca, woongebied van het Indianenvolk Nasa. Verschillende mensenrechtenorganisaties die PBI vanuit de hoofdstad begeleidt gaan er regelmatig naartoe. Voordat we ja of nee zeggen tegen een begeleidingsaanvraag, raadplegen we zoveel mogelijk bronnen om een beeld te krijgen van de veiligheidssituatie: onderzoeksrapporten, media, civiele en militaire autoriteiten, nationale en internationale organisaties… Het is een secuur werk van check en dubbelcheck, maar in dit oorlogsland onontbeerlijk.

De reis voert naar de adembenemend mooie Cordillera Central in Noord-Cauca. Dit labyrint van bergkammen, doorsneden door diepe kloven en rivierarmen en zo hoog dat veel toppen in eeuwige nevel zijn gehuld, is een ideale uitvalsbasis voor de guerrilla’s. De luchtmacht, het grootste tactische voordeel van het Colombiaanse leger op de opstandelingen, heeft hier het nakijken. Ook paramilitairen hebben altijd geaasd op controle van Noord-Cauca. Het gebied geeft toegang tot vier provincies en de Pacifische kust en is van grote strategische waarde.

De gewapende partijen vechten hun strijd temidden van de Indianen uit, zonder enig respect voor hun woongebieden, autonomie en cultuur. Dat de Nasa geweld afkeuren en zich neutraal hebben verklaard wordt genegeerd. Hun akkers worden bezaaid met mijnen, hun kinderen door de illegale groepen geronseld. Het leger zet in scholen zijn bivaks op en legt loopgraven tussen huizen aan. Daarmee maken ze de Indianendorpen tot doelwit voor guerrilla-aanvallen, zoals onlangs een Internationale Humanitaire Missie naar Cauca rapporteerde.

Ondanks de verdrukking dwingt het organisatievermogen van de Nasa bij vriend en vijand respect af. Eerder dit jaar protesteerden ze via geweldloze bezetting van een landgoed tegen de nooit nagekomen belofte van de overheid tot overhandiging van ruim tienduizend hectare verloren land. Leger en politie waren uitgerukt om het verzet te neutraliseren. We waren er als waarnemers bij en hoorden de plaatselijke legercommandant in zijn radiotelefoon brullen: “Dit is zinloos! Zodra de eerste meute met stokken moe geworden is en gaat uitrusten, trommelen ze de aflossing op en dalen er weer honderden Indianen de heuvels af. Terugtrekken!”

Zodra de risico-analyse af is bespreken we die met het team. Accepteren we de reis, dan beslissen we wie gaan. Net terug van de kust denk ik jammergenoeg niet dat het lot dit keer op mij valt!

DONDERDAG 12 OKTOBER – Deze dagen regent het verzoeken om mensen te begeleiden naar hoorzittingen in opzienbarende strafzaken. Aanvrager is CCAJAR (Colectivo de Abogados José Alvear Restrepo), een gerenommeerd advocatencollectief dat zich specialiseert in processen tegen de staat en paramilitairen.

Historisch is de zaak ‘Mapiripan’. Tijdens een zes dagen durend inferno in juli 1997 sloten honderd paramilitairen het boerendorpje Mapiripan in zuid-Colombia van de buitenwereld af. Zo’n vijftig bewoners werden gemarteld, vervolgens vermoord en in stukken gehakt in de nabijgelegen rivier gegooid. Tijdens de hele gruwelijke operatie konden ze rekenen op medewerking van het leger. CCAJAR beet zich vast in de zaak. In 2005 oordeelde het Interamerikaanse Hof voor de Mensenrechten dat de Colombiaanse staat medeverantwoordelijkheid draagt voor de massamoord. Enkele paramilitairen en militairen zijn veroordeeld. Tegen twee legerchefs lopen op dit moment processen.

De hoorzittingen zijn smullen. Ik was erbij toen generaal (bd) Jaime Humberto Uscategui, destijds commandant van de Zevende Brigade die jurisdictie had over Mapiripan, zich moest verdedigen. De bewijzen lijken onomstotelijk: hij wist van de op handen zijnde slachting en zweeg erover totdat de laatste afgehakte ledematen in de rivier waren verdwenen. Uscategui ontkent niet dat paramilitairen en leger hebben samengewerkt. Uniek, want nooit eerder heeft een legercommandant zo ondubbelzinnig bevestigd wat voor velen een publiek geheim is. Alleen houdt hij vol dat hijzelf onschuldig is. Alles is vooropgezet om hem te laten boeten voor de misdaden van anderen.

De rechter wist dat Uscategui wist welke paramilitaire baas opdracht gaf tot de slachting. Hij vroeg: ‘Eerder wilde u diens naam niet noemen, omdat u “graag in leven wilde blijven”. Kunt u zijn identiteit nog steeds niet prijsgeven?’ De aangerukte televisieploegen zoemden in op de beklaagde.
De generaal begon een omslachtige zin vol uitvluchten. Toen ineens brak zijn stem. Met een dramatisch gebaar sloeg de hij zijn handen voor zijn ogen en barstte in huilen uit: ‘Na zes jaar in de beklaagdenbank is het enige wat ik nog overheb mijn familie!’ Nee, hij moest blijven zwijgen en kon de identiteit van de paramilitair niet onthullen. Snikkend: ‘Ik heb liever dat mijn kinderen een vader in de gevangenis hebben dan in het graf!’ De smeekbede van de generaal haalde die avond prime time.

De zoon van Uscategui heeft inmiddels een film over zijn vader gemaakt: ‘Waarom huilde de generaal?’ CCAJAR is er niet blij mee. Geen nieuwe bewijzen. Wel nieuwe interpretaties die de beschuldigde van elke blaam moeten vrijpleiten. En: verdachtmakingen aan het adres van het advocatencollectief. PBI-begeleiding naar de hoorzittingen blijft voorlopig dus nodig…

VRIJDAG 13 OKTOBER – Voor ons in het veld is het werk van onze ‘supporters’ in het buitenland onbetaalbaar. We kunnen rekenen op landengroepen en een steunnetwerk in meer dan 15 landen, die in actie komen zodra de mensenrechtenstrijders met wie we in Colombia werken in de problemen raken. In Brussel en Washington doen onze regionale PBI-vertegenwoordigers stevig lobbywerk. De VS hebben sinds 2000 ruim 4,5 miljard dollar aan voornamelijk militaire steun naar Colombia gesluisd en Amerikaanse multinationals zijn prominent aanwezig. De mening van Amerika télt hier dus. Ook voor de EU en de VN is Colombia gebrand op een onberispelijk mensenrechtenimago. Daar spelen wij met ons internationale werk op in.

Bijvoorbeeld rondom Berenice Celeyta. Deze energieke mensenrechtenactiviste, voorzitster van de organisatie NOMADESC (‘Asociación para la Investigación y Acción Social’), reist het land door om advies en workshops te geven aan vakbondsactivisten, boeren, Indianen, Afrocolombianen en interne vluchtelingen; kwetsbare groepen in de brandhaard van het conflict. In 2004 kwamen zij en andere bekende activisten op een dodenlijst te staan. Sindsdien heeft ze herhaaldelijk anonieme bedreigingen ontvangen.

Kort geleden ontdekte Berenice bovendien dat ze, met twaalf anderen, genoemd wordt in een militair inlichtingenrapport. Hoewel allen strikt legaal werk doen worden ze beschuldigd van rebellie en terrorisme. De informatie is gebaseerd op getuigenissen van een betaalde informant. NOMADESC herinnert er in een persbericht aan dat de afgelopen drie jaar ruim zesduizend mensen op zo’n zelfde manier onschuldig zijn opgepakt en vastgezet. Arbitraire detentie: het is een effectieve methode om mensenrechtenorganisaties tijdelijk monddood te maken, te intimideren en te belasteren.

Deze maand was Berenice in de VS. Begeleid door PBI-vertegenwoordiger Eric sprak ze senatoren, congresleden en ONGs om hun steun te vragen bij het voorkomen van aanslagen of juridische stappen tegen haar persoon. Haar gesprekspartners maken hun toezeggingen waar. De één heeft zijn bezorgdheid over haar situatie bij de Amerikaanse ambassadeur in Colombia laten vallen, de ander brengt het onderwerp in bij het Department of State. Sommige lobby-organisaties hebben over Berenice op hun websites gepubliceerd en gisteren ontvingen we een kopie van de brief waarin een bekend senator bij de Colombiaanse ambassadrice in de VS een goed woordje voor haar doet.

Kunnen al deze acties een aanslag of een valse rechtsgang tegen Berenice voorkomen? Dat weten we natuurlijk niet zeker. Maar in elk geval vertrouwen we erop dat hoe hoger haar zaak wordt aangekaart, hoe veiliger zij is.

ZATERDAG 14 OKTOBER – Goed nieuws uit Brussel. Het Europees parlement heeft vorige week opgeroepen tot een EU-verbod op biobrandstoffen op basis van palmolie, gewonnen uit Afrikaanse Palm. De Europese milieu- en industriële commissies zijn het wonderlijk genoeg met elkaar eens: de groeiende vraag vanuit Europa naar ‘groene’ brandstof leidt in andere delen van de wereld tot ontbossing en tast biodiversiteit aan, en daaraan moet iets worden gedaan.

In Urabá, waar een van de vier PBI-teams in Colombia werkt, zien we van dichtbij hoe schadelijk de grootschalige verbouw van Afrikaanse palm is. Niet alleen voor het milieu: ook voor de mensenrechten. In deze tropische provincie aan Colombia’s Pacifische westkust, een van de meest biodiverse regio’s in de wereld en van een overweldigende schoonheid, begeleiden we vredesgemeenschappen die zich afzijdig van het conflict hebben verklaard. De Afrocolombiaanse bewoners van de rivierbeddingen Jiguamiandó en Curvaradó bijvoorbeeld. Tussen 1997 en 2001 werden ze via verschillende bloedige paramilitaire aanvallen van hun land verdreven. Nu hebben ze, in strikt geweldloze ‘Humanitaire Zones’, in nieuwe dorpen hun nieuwe levens opgebouwd.

Maar rust is hen niet gegund. Nationale en multinationale houtkapbedrijven en planters van Afrikaanse palm hebben hun oog op deze lucratieve regio laten vallen en grote delen van het regenwoud zijn al gesneuveld. De traditionele landbouw en levensstijl van de bewoners staan op het spel. Amnesty International waarschuwde in 2005: ‘Ook al is het land waarop ze leven hun rechtmatig collectief bezit, toch zijn de bewoners van de Curvaradó- en Jiguamiandó-rivierbeddingen slachtoffer van herhaaldelijke doodsbedreigingen door paramilitairen en de veiligheidstroepen. Paramilitairen proberen hen te dwingen Afrikaanse Palm te verbouwen en hebben delen van hun land bezet.’

De rillingen lopen over je rug als mensen uit de Humanitaire Zones je meenemen naar wat ooit vruchtbare akkers en overvloedig regenwoud waren. Alles wat je ziet zijn kaarsrechte rijen palmen, kilometers en kilometers monocultuur. Duizelingwekkende eentonigheid tot aan de horizon. Dit land krijgen de bewoners van Curvaradó en Jiguamiandó waarschijnlijk nooit terug. Toch geven ze niet op. Ook al kostte het een van hun leiders, Orlando Valencia, in oktober 2005 het leven – vermoedelijk is hij door paramilitairen vermoord –, met veel lef en doorzettingsvermogen blijven zij de illegale verbouw van Afrikaanse Palm op hun collectieve landbezit publiekelijk veroordelen.

Europa is voor deze vergeten communities in Colombia´s meest onherbergzame uithoeken lichtjaren verwijderd, en omgekeerd. Maar initiatieven zoals de EU-boycot van palmolie zijn voor deze mensen een belangrijke steun in de rug. Het zijn hun ervaringen die PBI documenteert en doorgeeft aan de contactpunten in Europa, en mét de informatie, analyses en ooggetuigenverslagen van andere organisaties in het veld, voeden hun ´cases´ de EU-dossiers die deze en andere boycots in het belang van de mensenrechten inspireren.

Dat is wat me motiveert, ook als er dagen, weken voorbij gaan zonder dat ons werk resultaat lijkt te boeken. Ik stel me alle losse bijdragen van mensen híer en daar graag voor als kleine druppels die uiteindelijk allemaal samen komen in een grote stroom en de impuls vormen van een vloedgolf die uiteindelijk een verschil zal maken.

Share

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.