Aardschok

De snelweg tussen de plaatsen Pamplona en Cúcuta, opengereten als gevolg van de aardbeving (foto: Caracol Radio). Wel echt even heel erg schrikken als het asfalt voor je openbarst, zoals onze taxichauffeur was overkomen.

BOGOTÁ, DINSDAG 10 MAART – Beduusd en trillend op onze benen staan we voor ons kantoor op straat, ik en mijn collega’s van de Colombiaanse organisatie Centro RS (Centrum Social Responsibility in goed Nederlands haha) waar ik tegenwoordig werk.

Ik doe het bijna nooit, maar net die middag wel – de middag dat alles hier ineens begon te schudden. Ik had mijn headphones opgezet en mezelf met een muur van geluid afgesloten van mijn omgeving. Al uren was ik bezig om een lange lijst informatie over universitaire onderoeksgroepen rondom Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en Mensenrechten uit het digitale register van het nationale wetenschapsinstituut te kopiëren in een Excelbestand. Normaal leidt muziek me hopeloos af, maar in dit geval was een upbeat dancedreuntje op vol volume net wat ik nodig had om een beetje vaart te krijgen in dat eindeloze mechanische klusje.

Toen begon ineens mijn bureaustoel met de beat mee te dansen. Dit kan toch niet?, dacht ik verdwaasd. Bizar – een soort psychedelische trip zonder pilletje. De tijd vertraagde even voordat het tot me doordrong dat dit écht gebeurde, en dat er iets helemaal niet klopte.

Mijn kamergenotes Barbara en Andrea waren er niet: ik was alleen in ons kantoortje. Desondanks begon ik als een malle Miepie voor, en achter, en opzij, en onder me te kijken om te zien wie er aan mijn stoel zat te trekken. Niemand, natuurlijk.

Toen hoorde ik boven de muziek uit ineens geschreeuw van mijn andere collega’s. Er werd met deuren geslagen, paniekerige voeten renden de trappen af.

Het kwartje viel eindelijk. Jezus!! Een aardbeving.

Ik rénde achter mijn collega’s aan het gebouw uit.

Een beetje lacherig staan we daar dan, niet precies wetend wat nu te doen. Opnieuw golft de aarde even onder onze voeten. ‘Een naschok, dat hoort erbij’, zegt een oudere collega met enige autoriteit; het is duidelijk dat hij wel vaker met dit bijltje heeft gehakt. Op een draf komt, rijkelijk laat, collega Danny van het team Communicatie het kantoorpand uitrennen en steekt een sigaretje op. ‘Hee, man! Waar was je? Alles goed?’ wordt er ongerust geroepen.

Danny – een dunne jongen met coole attitude, nonchalante paardestaart in de nek – licht met zijn gebuikelijke grijns toe: ‘Je moet nooit tíjdens, maar altijd ná een beving het gebouw uit gaan.’ Hm. Zou het? Eerlijk gezegd kunnen ze mij álles wijsmaken over aardbevingen. Misschien moet ik toch ook maar eens meedoen met de jaarlijkse oefening Evacuatie bij aardbevingen. Door heel Colombia wordt die ter preventie georganiseerd door de Nationale Eenheid voor Risicomanagement bij Rampen.

Toevallig heeft Nina die training op haar kleuterschool een paar maanden geleden wél gehad. Het is een schamele geruststelling, nu. Op het tijdstip van de beving, vijf voor vier, is ze nog op school, ver weg aan de andere kant van de stad. Vanaf mijn mobiel bel ik ongerust naar de drie verschillende nummers die ik van haar Colegio heb. Voicemail. Geen gehoor. En dan een blikkerige damesstem: ‘Colombia Telecom laat u weten dat er momenteel geen telefoondienst mogelijk is.’ Natuurlijk, het netwerk is bezweken onder alle paniektelefoontjes van miljoenen ongeruste bellers. Er zal wel niks gebeurd zijn, er zal wel niks gebeurd zijn, er zal wel niks gebeurd zijn, pep ik mezelf op terwijl ik steeds paniekeriger hetzelfde nummer blijf draaien, tevergeefs.

Een beving van 6,6 op de schaal van Richter met als epicentrum de noordelijke provincie Santander, lees ik op een landelijke nieuwssite als ik een halfuur later weer op mijn plek zit. Tot in Panamá en Venezuela hebben ze de schokken gevoeld.

‘Jongens, het epicentrum was in de wijk Floridablanca, waar mijn kantoor is!!’ appt Cata, een van mijn studiegenotes van de Masteropleiding MVO & Duurzaamheid die ik hier aan de universiteit doe.

‘Ik zat vast op de achtste verdieping en het gebouw schudde verschrikkelijk!’ griezelt een ander. Een derde stuurt een bibberige video van een schilderij dat wild heen en weer schuift aan een muur. Mijn dertig medestudenten komen uit alle delen van Colombia en via onze Whatsapp-groep regent het geschrokken en bezorgde berichten. Pas als ze zich allemaal hebben gemeld kalmeert de stemming. Iedereen is er met de schrik vanaf gekomen, blijkt.

Gelukkig heb ik inmiddels ook eindelijk Nina’s school bereikt. Juan, de sympathieke recepcionist die altijd kortdaad maar hartelijk de telefoon beantwoordt, neemt ook nu onmiddelijk elke ongerustheid weg: ‘Alles gaat hier weer zijn gangetje, Señora Katja. Maakt u zich geen zorgen. We hebben het veiligheidsprotocol opgevolgd en daarna hebben de kinderen hun activiteiten weer gewoon opgepakt.’

Toch kan ik niet wachten tot de schoolbus Nina na haar gymles heeft afgezet bij het vaste ophaalpunt in het noorden van de stad. Pas als ik haar in mijn armen optil en haar vermoeide maar levende lijf tegen het mijne voel ben ik echt gerust. Moe na een zoals gewoonlijke lange schooldag en misschien ook wel van de emotie rondom de beving, valt ze in de taxi tegen me aan in slaap.

Als ik de taxichauffeur vraag of hij de beving heeft gevoeld barst hij, jong, strak geknipt en met hippe designerbril, meteen los met een: ‘Wow, het was ontzettend heftig!’ dat van diep binnenuit komt. Hij vertelt dat hij voor een stoplicht stond toen zijn auto ineens wilde heen en weer begon te schudden. In een eerste reactie dacht hij dat het de kerel op de motor naast hem was die aan zijn zijspiegels sjorde (taxi’s en motors: water en vuur in het helse verkeer van Bogotá, en diefstal van zijspiegels om ze voor een habbekrats op de zwarte markt te verkopen is hier aan de orde van de dag). ‘Maar toen ineens,’ zegt hij, ‘zag ik hoe het asfalt voor me open barstte!’

Het is te horen dat er een paar uur later bij hem de schrik nog altijd goed inzit.

Gebroken ruiten, Scheuren in muren en asfalt, gebroken ruiten, boodschappen die in supermarkten van de rekken zijn gevallen en brokstukken op straat: dat blijkt uiteindelijk in het hele land alle schade te zijn. Geen doden, zelfs geen gewonden. Toch was dit de heftigste beving sinds 50 jaar in Colombia, lees ik de volgende dag op internet.

Als we thuis zijn vertelt Nina – weer een beetje bijgeslapen na het tukkie op de achterbank – dat ze eigenlijk niks gevoeld heeft van die beving. En dat alle kindjes met de juf netjes en zonder te rennen naar de speelplaats buiten liepen, zoals ze geleerd hadden tijdens de simulatie kort geleden. Best bijzonder eigenlijk dat ze hun nep-evacuatie nu meteen al in het echt hebben kunnen nadoen.

Terloops voegt ze er dan aan toe dat ze eigenlijk toch wel een klein beetje bang was.

Nou, anders ik wel lieve schat, antwoord ik haar van binnen, denkend aan die ellenlange tijd dat ik haar school niet kon bereiken. Maar dat zeg ik haar natuurlijk niet.

Share

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.